HET VERHAAL

In de voorstelling volgen we de Joodse verzetsstrijdster Anna, die na de beschieting een tweejarig gewond jongetje onder haar hoede neemt en aan zijn moeder, die zwaargewond is, en aan zijn veertienjarige zus belooft dat hem niets zal overkomen. Toch raakt ze hem kwijt en als ze aan het eind van de oorlog ontdekt dat het kind is overleden, wordt ze verteerd door schuldgevoel.

Vijfentwintig jaar later wordt in Wageningen het bevrijdingsfeest gevierd, maar Anna voelt zich allesbehalve vrij. Zojuist onderscheiden voor haar verzetsdaden is zij met haar gedachten vooral bij dat ene jongetje dat ze niet heeft kunnen helpen. Als ze vervolgens toevallig de Engelse veteraan ontmoet die de noodlottige beschieting op de dijk bij Wijhe op zijn geweten heeft, besluit ze haar eigen oorlogstrauma te lijf te gaan en voorgoed af te rekenen met haar schuldgevoel. Haar zoektocht naar de waarheid brengt haar naar Duitsland. Daar krijgt het verhaal een onverwachte wending.

‘Het laatste transport naar Westerbork’ is een bijzonder verhaal over schuld en onschuld en over verlies en terugvinden. Het is geen verhaal over wapengekletter, integendeel: in een tijd van toenemende polarisatie tussen verschillende groepen met als gevolg een toenemende spanning tussen die groepen, zoeken we in deze voorstelling naar verbinding. Verbinding door het aangaan van oorlogstrauma’s en de verwerking daarvan, met als uiteindelijk resultaat heling en verzoening. Pas dan ontstaat een gevoel van vrijheid, bevrijd van de trauma’s uit het verleden.